Opmars

 

De bedrijven van de pioniers worden grote familiale bedrijven en de rijke oogst zal anderen aansporen tot navolging.

 

Zo schitteren na enkele jaren duizenden serres op de heuvelruggen van de Brabantse gemeenten  Hoeilaart, Overijse, Huldenberg, Duisburg (nu deelgemeente van Tervuren). Hoeilaart werd hier terecht het “ Glazen dorp " genoemd. In de glorierijke jaren van de druiventeelt steeg het aantal druivenserres tot ongeveer 35000.

 

 

 

Bekende eigenaars waren: Schimp, Charlier, Danhieux,  Pay, Vandenputte, Dewaet, Brankaer,… Zulke bedrijven hadden veel werknemers. Doorgaans werd er per 10 serres één arbeider voorzien.

 

 

 

 

 

Door de grote toename van het aantal druiventelers kwamen er steeds meer leveranciers van  hout, glas, metaal, mest, stenen en steenkool. De enorme expansie verschafte ook werk aan metselaars en timmerlieden.