Verder verloop

Tuinbouwscholen

De tweede helft van de 19e eeuw werd gekenmerkt door een toenemende interesse voor de wetenschappelijke beoefening van land- en tuinbouw. Dorpsschoolmeesters en pastoors legden proefvelden aan, landbouwingenieurs brachten informatie over en ook het onderwijs in schoolverband kreeg nieuwe impulsen. Bovendien waren in 1849 reeds tuinbouwscholen opgericht in Gent en Vilvoorde. Vooral deze laatste genoot in de druivenstreek bekendheid.

 

Provinciaal Tuinbouwcentrum Overijse

In 1964 besliste het provinciebestuur van Brabant een druivenbedrijf aan te kopen dat als demonstratie- en voorlichtingsbedrijf  zou fungeren voor de telers. De kasruimte omvatte 18 druivenserres en een warenhuis. Oorspronkelijk werd het beheer toegewezen aan het station van Terhulpen, maar in 1973 werd het autonoom. In 1989 werd gestart met de bouw van een nieuw warenhuis en een administratief complex.

 

Wijnbedrijven in de Druivenstreek

De familie Paillet was huisleverancier van miswijn bij Kardinaal Mercier en Kardinaal Van Roey gedurende de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Prosper Paillet zorgde ervoor dat de katholieke eredienst tijdens de oorlogsjaren 1942-1945 niet zonder de noodzakelijke miswijn viel.

 

 

SV DE IJSE ISCA

Deze coöperatief werd op 9 november 1955 gesticht met als doel de markt te ontlasten van de overproductie van tafeldruiven en die te verwerken tot sappen, wijnen en schuimwijnen. De Coöperatief had tien stichtende leden:
Albert Michiels, Raymond Luppens, Jacques Forget, Clovis Six, Franz Smeets, Firmin Sombrijn, Nestor  Lefever, Gaston Maeschaelck, René Charlier en René De Lange.

 

Serristen-coöperatief Serco

Serco werd gesticht te Hoeilaart  op 3 november 1955 op initiatief van Kamiel Vandervaeren, de toenmalige voorzitter van de Unie der Druivenkwekers. Deze vennootschap had als doel de aan-en verkoop van alle benodigdheden voor serristen, de verhuring van apparaten en het inrichten van diensten ten behoeve van de leden. Vanaf 1956 startte Serco ook met aankoop van minderwaardige tafeldruiven om te verwerken tot wijnen en schuimwijnen. In 1987 besliste een bijeengeroepen algemene vergadering de zaak te vereffenen.

 

 

Wijnkelders Soniën

Na het faillissement van Isca in 1978 startte Wijnkelders Soniën met de productie van streekwijnen en schuimwijn.

 

 

Crisissen in druiventeelt

 

In 1930 krijgt de druivenstreek een zware klap te verduren met de crisis in de wereldeconomie. De verkoop vermindert, de uitvoer daalt, doch de telers houden het hoofd boven water. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog en de periode erna houdt de druiventeelt stand door hard werken te combineren met hoge kwaliteitseisen.

 

 

In 1962 komt de Euromarkt tot stand en zuiderse druiven stromen ons land binnen waardoor de verkoop daalt. In 1973 en 1979 komen er energiecrisissen  en de leefbaarheid van de bedrijven komt in het gedrang. Door deze onzekere toekomst beginnen er bedrijven te verdwijnen.

 

 

In 1970 waren er in de hele druivensteek nog 25.817 serres en 3.227 druiventelers. In 1990 telde Overijse nog 2.717 serres. Momenteel zijn er in  de hele druivenstreek nog een dertigtal beroepsdruiventelers. Daarnaast zijn er nog heel wat telers in bijberoep en amateurtelers.

 

 

 

 

De laatste jaren bouwden verscheidene jonge telers moderne serres - warenhuizen - die klimaat- en computergestuurd zijn met een aangepast verwarmingssysteem. Voordelen van een warenhuis zijn grote ruiten, minder warmteverlies, een grote buffer en een eventuele volledige automatisering.

 

 

 

Klassieke serres hadden veel warmteverlies door de kleine overlappende ruiten. De druiventeler moest steeds in de omgeving blijven omwille van de manuele verluchting. Bovendien moest er om de 15-20 jaar gerenoveerd worden: glas afpakken, ruiten wassen, hout vervangen, roeden schilderen, glas terugplaatsen…

 

 

 

De tijd van 35000 serres in de druivenstreek komt nooit meer terug maar op de markt blijft wel degelijk een plaats voor het lekkerste natuurfruit ter wereld !!!